De onmacht bij slapeloze nachten

Vorige week las ik in De Morgen een artikel over huilbaby’s, en hoe ze je relatie en je mentale gezondheid danig onder druk kunnen zetten. Ik heb nooit een huilbaby gehad, maar heb wel mijn deel gehad van slapeloze nachten. In die periode was ik vooral op zoek naar mensen die niét zeiden ‘dat het maar een fase’ was, en ‘dat het binnen een jaar anders zal zijn’. Want als je er middenin zit, heb je daar niets aan. Dan wil je gewoon erkenning. En daarom schreef ik 9 maanden geleden dit stuk. Als ik het nu herlees, voel ik zo mijn onmacht terug.

“Het is een complot!” Ik roep het met overslaande stem en wallen zo donker als de nacht die net achter me ligt. Frederik deinst verschrikt achteruit. “Waarom heeft niemand ons gewaarschuwd dat we die slaap voor altijd kwijt zijn?” Toots is drie maanden oud, Millie is ziek en ik zit hysterisch huilend tussen hen in de zetel, Het Journaal op eindeloos repeat. Het is lang goed gegaan, maar na drie maanden zonder slaap ben ik op. Toots is een hongerige baby en Millie al anderhalf jaar een moeilijke slaper. Voeg die twee samen en je hebt één uitgeputte moeder. Ik heb het geprobeerd, hoor. Mezelf wijsmaken dat 3u30 al richting ochtend gaat. Dat horizontaal slapen overroepen is. En dat wat slaaptekort toch niet zo erg is. Maar het moet eens gedaan zijn met dat flink zijn van ons, moeders. Slaaptekort holt je uit, als mens. Alles moet wijken. Avonden met vriendinnen, gezellige etentjes, ontspannen voor tv: voor een uitgeputte moeder – én vader – is alles een opgave. Zelfs plezier.

Doorslapen is een illusie

Het enige voordeel? Nu ik mij in het limbo van de constante slapelozen bevind, merk ik dat bijna iedereen met kleine kinderen hier rondwaart. Want dat ‘doorslapen’ waar iedereen zo vol lof over is, is een illusie. De ene dag slaapt je kind door, de andere dag heeft het een verkoudheid, een ‘sprongske’ of een hongeraanval waar de kindjes uit Ethiopië nog iets van kunnen leren. Net zoals je de bevalling niet vergeet na de geboorte en de kaka van je eigen kind wél stinkt, bestaat er niet zoiets als een altijd doorslapende baby. Helaas pindakaas. Erover praten helpt. Met die ene collega die vertelde dat ze uit wanhoop naar de heksendokter ging met haar slapeloze dochter. Met mijn – erg rationele – ouders die het bed van mijn broer verplaatsten omdat hij misschien boven een ‘waterader’ sliep, of vooral niet sliep. Met vriendinnen die durven uitspreken dat het moeilijker is om een kind graag te zien na een slechte dan na een goeie nacht. En door lief zijn voor jezelf, ook dat helpt. Maar het moet eens gedaan zijn met slaaptekort te minimaliseren. Het is wél erg. Maar houd vol. Vanaf 9u ‘s ochtends beginnen de winterbeelden op één. Weer een nacht voorbij.

* Belangrijke noot van de redactie: Je hebt er nu misschien niets aan, maar wat ze zeggen, klopt dus wel. Het betert. Het zal niet zo blijven. Toots (1) en Millie (2) gaan nu flink slapen om 20u en maken ons alleen nog uitzonderlijk wakker ’s nachts. * houdt alle hout vast dat ze kan vinden * Ze blijven vroeg opstaan, rond 5u30 – 6u maar we hebben wel onze nacht terug. Je komt er, echt.