10 redenen waarom je je kinderen snel na elkaar moet krijgen (en 15 waarom niet)

Ik was 28 jaar toen ik beviel van mijn eerste, 29 toen ik beviel van mijn tweede. Tussen Millie (nu 2) en Toots (nu 1) zat 13 maanden. Er zijn voor- en nadelen van je kinderen zo snel na elkaar te krijgen en ik vertel je graag hoe ik daarover denk.

Doen!

Op dieet? Hoeft niet! Mijn zwangerschapskilo’s waren er nog niet af – bijlange niet, ik was weer zwanger toen Millie net 4 maanden was – en om mijn gewicht op de weegschaal heb ik me geen seconde zorgen gemaakt. 22 zoete maanden van schuldeloos zondigen: zalig!

Deze keer kun je mensen écht verrassen. Bij Millie waren we net getrouwd en zag iedereen mijn zwangerschap van mijlenver aankomen. Bij Toots was het een ander paar mouwen. Toen we een baby van zes maanden in een rompertje staken met daarop ‘Ik word grote zus’ trok mijn schoonvader zo’n grote ogen dat ik dacht dat ze eruit zouden rollen. Ja hoor, nu al!

Je gaat in één keer door de tropenjaren. Millie was 13 maanden toen Toots geboren werd en ze had sinds haar geboorte nog maar 5 nachten doorgeslapen. Dus hey, we waren toch wakker: laat die boreling maar komen. Ons leven stond toch ‘on hold’ en door je kinderen snel na elkaar te krijgen beperk je de lengte van die vreselijk vermoeiende periode.Je hebt genoeg aan één baby-uitzet. Ik wist nog perfect waar de borstkolf stond, had nog enkele luiers in maatje 1 over en het babybadje was nog niet naar zolder verhuisd. Millie gebruikt vandaag Toots’ tutjes en omgekeerd, ze drinken uit elkaars flessen en dragen dezelfde kledingmaat. Goedkoop!

Je bent zo je kilo’s kwijt. Dit voordeel had ik niet zien aankomen: omdat ik geen tijd heb om te eten en constant achter één van m’n offspring loopt te hossen ben ik strakker dan ooit.

Je wordt een betere moeder. Ik toch, in elk geval. Want je leert loslaten omdat het niet anders kan. Waar ik in het begin soms gek werd als Millie huilde, besef ik nu dat het altijd overgaat. Als er eentje zeurt omdat hij of zij haar zin niet krijgt, kan ik me daar beter overzetten wat me een meer consequente en sterkere moeder maakt.

Je hart ontploft elke dag van liefde. Want je ziet je twee kinderen samen opgroeien. Eén van Millies eerste woordjes was ‘Tootsje’ en je kon me samenvegen van emotie.

Je kinderen worden onafscheidelijk. De twee zitten samen in de crèche en leven op hetzelfde ritme. Samen spelen – of wat daar voor moet doorgaan op die leeftijd – kunnen ze als de beste. Millie kon nog niet stappen toen Toots geboren werd en schoof dan tot bij hem, vandaag houdt zij zijn handje vast voor zijn eerste stapjes. Smelt.

Je tweede kind leert alles sneller. Omdat Toots dat moet, natuurlijk. Maar ook omdat hij alles ziet van zijn zus. Ik weet niet wié het hem geleerd heeft, maar Toots kan de zetel af zoals het hoort – op zijn buikje, beentjes eerst. Ik vermoed dat hij dat gewoon van Millie geleerd heeft.

En last but not least: ik ben er vanaf! Ok, dat klinkt nu wat cru. Maar ik héb het net allemaal meegemaakt. En hoe erg ik het mijn vriendinnen allemaal gun op opnieuw zwanger te worden van hun tweede, borstvoeding te geven en te ruiken aan een pasgeboren baby: ik ben vooral blij dat ik het even niet meer moet doen.

Maar ook… niet doen!

Het lijkt een goed idee, maar het is het niet. Ik weet nog dat mijn man en ik tegen elkaar zeiden: zo tof, een baby. We maken er gewoon nog één! Nu Toots een jaar is, hebben we ons plechtig voorgenomen om het iedereen af te raden. Een baby krijgen is zwaar, twee baby’s krijgen op twee jaar is loodzwaar.

De zwangerschap is geen pretje. Ik was hoogzwanger toen Millie nog geen jaar was en heb me dus vaak een breuk gesleurd. Plus: ik woog vijf kilo meer dan aan de start van mijn eerste zwangerschap wat het allemaal – letterlijk – nog zwaarder maakte.

Je ontdekt een heel nieuwe dimensie van uitputting. Want 5 keer opstaan om een tutje te geven is iets, maar 5 keer opstaan om een tutje te geven en dan nog eens borstvoeding geven, is nog iets anders.

Twee handen is niet genoeg. Ik herinner me een ochtend dat ik borstvoeding gaf aan Toots, hem ondersteunde met één hand en dan met de andere hand Millie haar flesje gaf. Ah ja, want dat flesje zelf vastnemen kon/wilde ze nog niet.

Rugproblemen, check! Millie kon nog niet stappen, dus moest ik constant én een Maxi-Cosi dragen én een peuter van een jaar. Meer nog: in het begin kon Millie nog niet staan dus heb ik haar meermaals met haar poep op de grond moeten zetten als ik de Maxi-Cosi uit de auto moest halen.

In het begin heb je altijd één huilend kind. Want je kunt niet én een baby uit de auto hijsen én de peuter erbij pakken. ‘t Is als die parabel met de wolf en de geit en de krop sla die allemaal aan de overkant van de rivier moeten geraken, met dat ene bootje. Ik ben al lang blij dat niemand elkaar heeft opgegeten op het eind van de dag.

Oppas vinden wordt plots bijzonder moeilijk. Voor ons dertigers was het zwaar, dus voor onze ouders van in de zestig was het soms té zwaar. Wij hebben onze kinderen een hele tijd apart bij hen gebracht: Toots bij de ene en Millie bij de andere. Wat natuurlijk je opvangmogelijkheden halveert.

Je kunt niet onder de tweelingenbuggy uit. Een mastodont, met twee kindjes in. Wij hebben er één waar ze naast elkaar zitten, want dat is zo gezellig. Maar nu Toots één jaar is zit hij de hele tijd zijn zus te jennen. Gezellig!

Oh, kijk een tweeling! Een vraag waar ik me nooit aan stoor, maar ik krijg hem wel élke keer als ik met hen buitenkom. Om daarna te vragen wie de oudste is.

Mensen vinden u een poepkonijn. In datzelfde gesprek zie je de mensen tellen als je zegt dat er een jaar tussen zit. Dus, na drie maanden, oh ja.

De kinderen begrijpen niet waarom ze anders behandeld worden. Toots wil ook rozijntjes eten, want z’n zus krijgt dat. Maar hij heeft nog geen tanden. Millie wil ook de hele tijd gepakt worden, want Toots zit altijd bij mama op de arm. Maar hij kan nog niet stappen. It’s complicated!

Je voelt je schuldig. Maal twee. Ik heb ermee geworsteld dat ik Millie maar één jaar quality time met haar ouders heb gegeven, en dat ze ons vanaf dan al moest delen met een minibroer. Ik heb er ook mee geworsteld dat Toots sneller zelfstandig moest worden omdat ik nog zoveel met Millie was. Millie heb ik uren geknuffeld, omdat het kon. Toots werd vooral geknuffeld als hij erom vroeg. Maar dat is misschien eigen aan een tweede kind?

De twee huilende babyfoons. Oh, de Sophie’s choice van de gewone mama. Wie ga je eerst troosten?

Het gaat allemaal te snel. Ja, ik heb veel gezucht het voorbije jaar en het is behoorlijk zwaar geweest. Maar de gedachte dat de wipper nooit meer terugkomt, dat ik die kleine pakjes in maat 50 voor altijd doorgeef of in de kast leg en dat ik nooit meer een kleine baby in mijn armen zal hebben: dat prikt toch. Was Millie eergisteren niet nog maar pasgeboren en moet zij binnen een paar maanden al naar school? En lag Toots vorige week niet nog aan mijn borst en zie ik hem daar al stukjes chocolade verorberen?

En daarop volgt… Een groter risico op een nakomertje! Normaal gezien heb ik altijd twee kindjes gewild, en ik denk dus ook dat het bij deze twee kindjes zal blijven. Ik ben dolgelukkig met hen, ze zijn niet alleen geweldig maar ook gezond en heerlijk, en hilarisch. Maar misschien, als ik binnen vijf jaar het voorbije jaar vergeten ben…

Dit is natuurlijk mijn hoogst persoonlijke mening. Ik heb een zwaar jaar gehad en ik wijt dat aan het feit dat Millie nog zo klein was toen Toots geboren werd. Maar misschien klopt dat wel helemaal niet. Hoe hebben jullie dat ervaren? Hoeveel tijd zit er tussen jullie kindjes?